Lieve Eberhard, in antwoord op je vragen van J.P. van der Laan

September 1983 schreef Eberhard van der Laan, toen net cum laude afgestudeerd in de rechten aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en later naast advocaat, gemeenteraadslid en minister van 2010 tot 2017 burgemeester van Amsterdam, aan zijn moeder J.P. Van der Laan-Boelens een brief met een groot aantal vragen over de Tweede Wereldoorlog om erachter te komen hoe de persoonlijke ervaringen zich verhouden tot de geschiedschrijving. En daarnaast om die persoonlijke ervaringen daadwerkelijk te leren kennen, bij zich te dragen, om die periode beter te kunnen vatten. De eerste naoorlogse generatie die bijna dagelijks geconfronteerd werd met ’40 – ’45, met de gevolgen, met het ‘voor en na de oorlog’ van degenen die het daadwerkelijk aan den lijve hadden ondervonden.

Moeder Van der Laan, niet gespeend van humor, zoals blijkt uit het oorspronkelijk in 1987 verschenen en nu heruitgegeven Lieve Eberhard, in antwoord op je vragen, zette zich driftig aan het werk vanwege de ‘dwingende aard’ van de vragen. Zij kreeg van Eberhard een opdracht die ze naar eer en geweten wilde uitvoeren, zoals ze zich ook altijd van haar moedertaak, zes kinderen en haar ondersteunende werk in de artsenpraktijk van haar man Edzard had gekweten en haar rol in het verzet.

De ondertitel, Terugblik van een vrouw op de bezettingstijd, is informatief, maar daarnaast ook tekenend. Er waren tijdens het schrijven natuurlijk al enige decennia vergaan. Het geheugen vervormt, maar moeder Van der Laan weet de gevoelens tijdens deze ontzagwekkende ruptuur in de geschiedenis haarfijn weer op te roepen. Tegelijkertijd is de schrijfster zich ervan bewust dat de tijd vertekent. Dat zorgt voor zorgvuldigheid, voor een goed overwogen tekst, voor reflectie. Dit boekwerk heeft niet de overweldigende (literaire) kracht van het allesomvattende dagboek van Hanny Michaelis, maar is toch een zeer waardevol document, omdat het weer een fragment van een uiterst complexe tijd toelicht. Het persoonlijke dat zorgt voor een doorkijk in de grote geschiedenis.

En, zoals blijkt uit het voorwoord van dochter Anneke – daar waar door het voortijdig overlijden van Eberhard een inleiding van zijn hand bij de tweede druk helaas geen doorgang kon vinden – heeft het schrijven voor moeder Van der Laan ook een therapeutische werking gehad. Het ordenen van een levensbepalende periode. Het analyseren van de beweegredenen met nadien opgedane kennis. Maar het voor de lezer en voor de schrijfster zelf wel duidelijk houden, middels voetnoten bijvoorbeeld, wat later is toegevoegd, is nagezocht.

Edzard van der Laan was 29 jaar in 1940, zijn vrouw Jo net 25. Ze waren een jaar eerder getrouwd en van Groningen naar Rijnsburg verhuisd waar Edzard een huisartspraktijk overnam, die hij uiteindelijk veertig jaar zou bemannen. Er heerste in Nederland een, door de politiek stevige gevoede, atmosfeer van ‘het zal allemaal wel loslopen’. Vervelend wat er zich in het oosten allemaal afspeelt, maar de neutraliteit zal Nederland behoeden voor echt krijgsgewoel, net als tijdens ’14 –’18. Jo van der Laan: ‘Achteraf bezien komt me deze gemoedsgesteldheid bijna onbegrijpelijk voor.’ De beschrijving van de eerste dagen na de invasie waarmee het boek opent, heeft een sterk dagboekgehalte. Er is onthutsing, woede, angst, maar de bangig ingestelde Jo twijfelt toch niet aan de weg die bewandeld moet worden.

Net zo min als haar man, die het met een zekere ‘luchtigheid’ opneemt, in de eerste tijd iets onaantastbaars uitstraalt. Als vanzelf komen de netgehuwden in het verzet terecht, vanuit een onwrikbaar rechtvaardigheidsgevoel, vanuit een door het geloof ingegeven mededogen met onderdrukten. Het leven van alledag gaat min of meer zijn gangetje, met de nodige haperingen, met een zeurderig gevoel van onveiligheid, met woede en haat tegen de bezetter. Een officier wordt bij het echtpaar ingekwartierd. Een voorkomende heer zo blijkt, een leraar klassiek talen aan het gymnasium, op het laatst opgeroepen. Het zorgt voor nuancering tegen de wil.

Artsen blijken zich heel goed te hebben georganiseerd, zich ook als een collectief heel moedig te weer te hebben gesteld. Het is achteraf pas duidelijk hoeveel risico het gezin Van der Laan heeft gelopen, en hoeveel geluk ze hebben gehad. De beschrijving van Jo die op bezoek gaat bij Edzard die gevangen is gezet, hoe ze daar heel gewiekst voor haar man vecht bij een van de verhoorders, is universeel en daardoor zo pakkend. Het is mooi om te zien hoe de ‘miraculeuze’ bevrijding van Edzard tot een ingesleten familieverhaal is geworden. Revolvers onder de matrasjes van kinderen, koeriersdiensten voor illegale bladen, het verstoppen van Joodse onderduikers en verzetsmensen. Het moest gebeuren, het werd gedaan, maar wat een stressvol bestaan moet het zijn geweest. Het is geen wonder dat Jo van der Laan na de oorlog nog vele jaren last heeft gehad van nachtmerries.

Dit boek is ook belangwekkend in verband met het corrigerende gehalte. Een gevangenisdirecteur komt er in het standaardwerk van Lou de Jong niet zo heel goed af met betrekking tot een gevangengenomen kopstuk uit het verzet. Maar getuige Van der Laan zet de zaak even recht. De man was zelfs bereid om met zijn gezin onder te duiken. Een noodlottig incident in de nacht voor de vrijlating van de verzetsman voorkwam het geplande scenario.

Lieve Eberhard, in antwoordt op je vragen is een intelligent verslag, geen zwart-wit film. Het nawoord vat het genuanceerde denken van de schrijfster mooi samen, heel actueel met betrekking tot herdenken ook. Daarnaast is dit boek ook heel menselijk. De heftige emoties die de schrijfster heeft gekend tijdens de oorlogsjaren zijn zeer duidelijk voelbaar. Het is Jo van der Laan meer dan pijnlijk duidelijk geweest dat de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog voor een culturele breuk hebben gezorgd, voor een blijvende angst, voor onzekerheid, niet alleen voor de lotgenoten, maar juist ook voor de generatie(s) erna. Het doet toch ook even terugdenken aan de bijzondere uitzending van Zomergasten met Eberhard van der Laan als gast, en aan zijn persoon, aan zijn rol als inspirerende burgemeester van Amsterdam. Hij had het niet van vreemden.