Van de wereld van Peter Drehmanns

Met Van de wereld maakt schrijver, dichter en voormalig recensent Peter Drehmanns (1960) het dozijn romans van zijn hand vol. Een bitterzoete vertelling over de bijna dertigjarige gezinsvoogd Daan Vos, die indachtig zijn achternaam, in het weekend via de site Tinder chickies rooft, het liefst foxy blondines. Ondanks dat hij de vrijdag en zaterdag helemaal los gaat op de dames, drank en partydrugs, regelmatig met black-outs tot gevolg, staat hij doordeweeks, behoudens een dinsdagdipje, zijn mannetje. Vol verve verdedigt hij de belangen van kinderen, wanneer deze de dupe zijn van ouderlijke twisten. De verwijten vliegen in de verschillende, smeuïg gebrachte casus over de tafel. (Geen overdaad aan zaken, in het detail verbergt zich het groter geheel.) Gezinsuitbreiding kan tekortkomingen van partners loepzuiver vergroten. Irritaties die niet zelden tot een breuk leiden.

Daan is de meest daadkrachtige en resultaatgerichte medewerker van het KID. (Kinder Interventie Departement) Hij heeft te maken met volwassenen die kampen met werkloosheid en verslavingen. Alcohol en andere harddrugs, waar zo langzamerhand ook de steeds krachtiger wordende nederwiet toe gerekend kan worden. Of het zijn juist carrièrejagers die geen tijd hebben voor hun kroost. Ondoordachte verwekkingen. Ja, dat ‘diertje’ wat uit die schattige bolle buik komt poept, piest en krijst midden in de nacht en heeft constante verzorging nodig. Geen liefdesbaby, maar een attribuut, een accessoire die past in het ideaalbeeld. Zoals je een mooi roestvrijstalen fornuis met zes pitten uitzoekt, of, om in de keuken te blijven, een fraai kookeiland.

Het is de schuld van de steeds jachtiger tijd, bejaarden racen op opgevoerde elektrofietsen voorbij, kinderen moeten aan de pillen vanwege de ADHD – of een van de vele andere afkortingen waaronder ze tegenwoordig lijden, die door het kind als een geuzennaam wordt gedragen, zonder ben je immers niet bijzonder, die door de ouders als een drogreden worden gehanteerd.

De roman opent met een ‘verklaring achteraf’ van iemand die ooit bij het KID heeft gewerkt, waarin, heel sterk, de suggestie wordt gewekt dat de schrijver bemoeienis heeft gehad met zo iemand als het personage. Net zo goed kan het een statement zijn van bijvoorbeeld Daans ironiserende collega Jaap. Het stuk zorgt voor een fijne nuance vooraf. Kietelt de lezer even, met tongue-in-cheek opmerkingen als ‘Dat met de kennis van nu-gelul is zo verdomde gratuit. Natuurlijk, achteraf weten we het allemaal beter.’ […] Dan kunnen we bedaard achteroverleunend zeggen dat de hier gemaakt fouten nuttige lesstof vormen en dat dit vanzelfsprekend nooit meer zal gebeuren.’

Deze eerste insteek versterkt de authenticiteit van de ‘woelige geschiedenis’. Daan Vos gaat er met boter en suiker en met open ogen in. Deze roman is voor het personage een bad trip, maar het is verduiveld good writing. (De kernachtigste samenvatting die je zo’n beetje van het oeuvre van deze schrijver kunt geven: Bad trips, good writing.) Drehmanns schetst op aanstekelijke wijze een somber scenario. Het is de taak van de schrijver om ietwat te chargeren en zo de realiteit duidelijk voor het voetlicht te brengen. Want inderdaad, alle goede bedoelingen ten spijt, hoe kun je in de post-heroïsche, zelfzuchtige maatschappij nog een held spelen. De barmhartige Samaritaan wordt uitgelachen, gebruikt, uitgespeeld.

Ook grappig is de ‘verontschuldiging’ van de schrijver c.q. schrijfpersonage, dat hij zich doorgaans in de moerstaal zorgvuldiger uitdrukt, maar ditmaal Daan Vos een eigentijds idioom meegeeft, doorspekt met ronkende formuleringen en Engelse termen. Het is de kracht van de gerijpte schrijver die een personage een passende stem kan geven, zonder dat hijzelf als maker er doorheen schemert. Het idioom waar Drehmanns zich waarschijnlijk ook wel aan ergert – anders ik wel in hoge mate – is in Van de wereld uiterst passend, verliest daardoor de gekunsteldheid, de irritatie. Drehmanns schetst een tijdsbeeld, zonder direct commentaar te geven. Maar het is, behalve in het voorwoord, zo nadrukkelijk onuitgesproken, dat er onder de tekst een stil protest loeit.

Daan Vos is superieur, gladgeschoren, loopt niet met het bloempotkapsel rond waartegen generatiegenoot Drehmanns en ik zo hebben gevochten. Hij zal nooit onderdeel worden van het probleem. Hij staat erboven, is een uiterst helder analyserende procesregisseur die de ouders van Storm, Autumn en Sterre weleens even bekwaam de les zal leren. Zijn inschattingsvermogen is onfeilbaar.

Hoofdstuk na hoofdstuk laat de schrijver de twee werelden samenkomen. De onvermijdelijkheid van de gang van zaken die voor de lezer, en voor collega Jaap trouwens ook, steeds duidelijker wordt, maar die Vos zelf helemaal ontgaat. Beroepsdeformatie. Hij weet echt niet wat voor vlees hij in de kuip heeft wanneer hij eens met een wat oudere vrouw aan de haal gaat. Aanvankelijk denk je nog dat het wel goed komt, dat Vos eindelijk zijn wilde haren verliest en zich gaat settelen. Maar hij wordt vakbekwaam door de ‘genadeloze’ Drehmanns op tragikomische wijze naar de afvoerput geleid.

Zou zoiets al bestaan, dan komt deze roman zeker in aanmerking voor de Good Sex in Fiction Award. Stomende scènes die daarnaast ook nog eens, om dat woord maar weer een van stal te halen, functioneel zijn. Van de wereld is op vele niveaus een lekker boek. Geen ingewikkelde constructie. Dat heeft deze roman ook niet nodig. Het bevordert de doorstroming van hoofdstuk na hoofdstuk. Humor, fijne associaties. Een feest van taal. Mooie vondsten. De diverse elementen zijn goed gedoseerd. En voor Vos is zijn geschiedenis een eyeopener. (Ook letterlijk, wanneer een tennispartner met een volley zijn oog dicht ramt. Niemand gelooft de toch echt ware toedracht. De werkelijkheid die de fictie inhaalt.)

Hij die een probleem altijd achtereenvolgens als een uitdaging en een uitnodiging beschouwde. Onpartijdig maar toch betrokken tewerk ging. Uitgerekend hij, de crisismanager, raakt zelf verzeild in een crisis. De chaos die al wordt aangekondigd met een paddotrip met zijn geliefde. (Hopelijk is dit geen autobiografisch element. Een levensechte beschreven bad trip in een bad trip.)

Pas als het gruwelijk is misgegaan, wordt men wakker. Omdat niemand een ander echt kan duiden, omdat steeds minder mensen zichzelf écht tonen. Het falen van de participatiemaatschappij kan niet duidelijker, niet geestiger worden verwoord dan in deze roman.